Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Economische update - juni 2020

Groei onder druk, impact corona ongelijk

De lockdowns wegen ook op de regionale economieën van Centraal- en Oost-Europa. In het eerste kwartaal van 2020 was de reële bbp-groei in verschillende landen negatief. De Slovaakse en Tsjechische economie werden het sterkst getroffen (figuur COE1). In vergelijking met het laatste kwartaal van 2019 lag het reële bbp in het eerste kwartaal van 2020 5,5% lager in Slowakije en 3,3% lager in Tsjechië. Dit staat in schril contrast met de relatief beperkte krimp in Hongarije en Polen (beide -0,4% kwartaal op kwartaal). Maar het contrast met Bulgarije en Roemenië is nog groter, want daar groeide de economie nog in het eerste kwartaal (beide +0,3%).

We denken dat een groot deel van het verschil tussen de groeicijfers is veroorzaakt door de timing van de meer drastische lockdownmaatregelen. In het bijzonder in Tsjechië kwamen die vroeg. Dat land sloot snel zijn grenzen, restaurants en winkels en besloot uiteindelijk tot een algehele quarantaine. Daardoor kreeg het ondernemers- en consumentenvertrouwen in het eerste kwartaal een hardere klap. Vooral in de investeringen was dat merkbaar. Die tuimelden in Tsjechië in het eerste kwartaal met bijna 10% (tegenover het voorgaande kwartaal) naar beneden. In Polen en Hongarije bleef die terugval beperkt tot minder dan 1%. Ook de Tsjechische buitenlandse handel had het harder te verduren, omdat de grenzen vroeger gesloten werden en omdat het land meer afhankelijk is van de Europese markten (vooral in vergelijking met Polen). Het resultaat was een sterkere daling van zowel de invoer als de uitvoer in vergelijking met Polen en Hongarije.

Er zijn echter weinig redenen om aan te nemen dat de Tsjechische economie ook in het tweede kwartaal zwakker zou presteren. De vroege invoering van de lockdownmaatregelen bracht met zich mee dat ook de versoepeling vroeger kwam dan in andere landen. In deze fase van de economische crisis weegt het gebruikelijke argument dat kleine, open economieën (zoals de Tsjechische) kwetsbaarder zijn, minder zwaar. De impact van de lockdownmaatregelen weegt in deze fase zwaarder. Uit onze input-output analyses blijkt dat de lockdown de grootste impact op een aantal dienstensectoren heeft: handel, hotels, restaurants, vastgoed en transport. De onmiddellijke impact op de industrie en de bouw is in deze fase van de crisis kleiner. Een en ander betekent dat de Tsjechische economie in het tweede kwartaal van 2020 zelfs sterker zou kunnen presteren dan de andere landen in de regio. Al vraagt dat natuurlijk nog om bevestiging door de maandelijkse cijfers.

Voorlopig wijzen de beschikbare cijfers over de industriële productie nog op ellende in de ganse regio. In april lag de productie 13% (Bulgarije) tot ongeveer 33% (Hongarije, Slowakije en Roemenië) lager dan in maart (figuur COE2). Open industriële economieën kunnen het in de herstelfase bovendien wel lastiger krijgen dan de grotere economieën zoals Polen. Eens de lockdownmaatregelen zijn versoepeld, kan een tweede ronde van negatieve vraagschokken op de Europese economie beginnen wegen. Daar kunnen open economieën, zoals de Tsjechische en de Slovaakse, gevoeliger voor zijn. Deze economieën kunnen ook meer te lijden hebben onder de negatieve vooruitzichten voor de auto-industrie. Dat maakt dat we verwachten dat het uiteindelijke welvaartsverlies over 2020 en 2021 in Tsjechië en Slowakije groter zal zijn dan in de rest van de regio.

Voedingsprijzen over de piek

De inflatiecijfers voor mei toonden een afkoeling van de inflatiedruk in de Centraal-Europese landen. Als we de onverwachte stijging van de tabaksprijzen in Tsjechië buiten beschouwing laten, is er zelfs sprake van een wijd verspreide inflatiedaling in de regio, ondanks de gevoelige depreciatie van alle Centraal-Europese munten. Dat bevestigt onze visie dat de negatieve schok van de coronacrisis voor de vraag belangrijker is dan voor het aanbod en dat de wisselkoersvolatiliteit weinig invloed op de inflatiecijfers zal hebben. Vanuit deze optiek hebben de centrale banken in de regio hun beleid terecht versoepeld.

In het verdere inflatieverloop in Centraal-Europa zullen de voedingsprijzen een sleutelrol spelen. In de voorbije jaren ging van de voedingsprijzen een sterk inflatoire druk uit (figuur COE3). De voedingsprijzen werden door verschillende factoren ondersteund. Die kunnen nu verzwakken. Sterke loonstijgingen in de regio waren zo’n factor. In de nabije toekomst zullen die duidelijk vertragen. Ten tweede kwam er sterke prijsdruk op voeding vanuit Duitsland, de regionale prijszetter. Dat zal in de tweede jaarhelft minder het geval zijn, wegens de btw-verlaging die in Duitsland dan van kracht zal zijn. Tot slot, en erg belangrijk, leed de ganse regio tot april onder grote droogte. Ook dat is in mei gekeerd, met zelfs overstromingen in Tsjechië. De oogst kan dus uiteindelijk beter worden dan tot nog toe verwacht. Ook dat zal zich in lagere prijzen vertalen.

 

Kader COE – Toerisme in Centraal- en Oost-Europa

De negatieve impact van het coronavirus wordt in nagenoeg alle sectoren gevoeld. Toch wordt vooral het internationale toerisme bijzonder hard getroffen door de lockdownmaatregelen, reisbeperkingen en de sluiting van luchthavens en landsgrenzen. Volgens de Wereld Toerisme Organisatie van de Verenigde Naties (UNWTO) lag het aantal toeristische aankomsten in Europa in maart 60% onder het niveau van een jaar voordien. De vooruitzichten voor het herstel van de sector zijn bovendien veel somberder dan voor andere sectoren wegens het van kracht blijven van social distancing, de sluimerende vrees voor het virus en de daling van het beschikbare gezinsinkomen. Zelfs in het meest optimistische scenario verwacht de UNWTO een daling van het internationale reisverkeer met gemiddeld 58% tot 78% in 2020 tegenover 2019.

Het belang van toerisme verschilt sterk van land tot land in Centraal- en Oost-Europa. Het aandeel van toerisme in het bbp is het grootst in Bulgarije (12%), gevolgd door Hongarije (7%). Andere landen zijn beduidend minder afhankelijk. In Tsjechië en Roemenië vertegenwoordigt toerisme 3% van het bbp, in Slowakije en Polen slechts 2% respectievelijk 1%. Het aandeel van toerisme in de werkgelegenheid vertoont een gelijkaardig patroon. De sector wordt bovendien gekenmerkt door een relatief groot aandeel van tijdelijke contracten en kmo’s. Beide elementen vergroten de economische kwetsbaarheid, vooral in Bulgarije en in mindere mate in Hongarije.

Aangezien toerisme sterk seizoensgebonden is, drijven de meeste Centraal- en Oost-Europese landen hun inspanningen op om de sector bij de start van het zomerseizoen te laten herleven. Na de geleidelijke versoepeling van de lockdownmaatregelen richten de regeringen nu hun pijlen op de stimulering van het binnenlands toerisme. In Tsjechië en Hongarije wordt bijvoorbeeld gediscussieerd over de invoering van een voucher om het binnenlands toerisme aan te moedigen. Zulke maatregelen zullen het verlies aan internationale toeristen evenwel niet kunnen compenseren. Een aantal economieën, in het bijzonder Bulgarije, zal dus met een overaanbod aan toeristische infrastructuur blijven zitten (figuur KCOE).

 

Economische voorspellingen

Tsjechië
            2019 2020 2021
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 2,5 -10,0 6,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,6 2,5 1,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 2,0 5,2 5,7
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) 0,3 -8,6 -4,4
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 30,8 41,8 43,1
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 3,1 -1,4 -1,1
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,2 -2,0 -3,5
    18/06/2020
Slowakije
            2019 2020 2021
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 2,4 -10,0 7,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,8 1,2 1,0
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,6 9,0 10,5
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -1,3 -8,0 -6,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 48,0 58,0 60,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -1,0 -5,0 -4,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,1 -5,0 -2,0
    18/06/2020
Hongarije
            2019 2020 2021
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 4,9 -6,2 5,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,4 3,0 3,4
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,4 6,4 5,6
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -2,0 -5,5 -3,2
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 66,3 73,5 71,1
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,0 -2,0 -1,2
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 14,8 -5,0 -3,0
    18/06/2020
Bulgarije
            2019 2020 2021
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 3,4 -8,0 5,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,4 -0,5 2,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,2 8,0 10,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) 2,1 -4,0 -2,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 20,4 24,0 26,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 1,8 -3,0 3,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 6,0 -2,0 -1,0
    18/06/2020

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland

We gebruiken cookies en soortgelijke technologieën om je een goedwerkende website aan te bieden die je surfervaring aangenamer maakt. We kunnen de website ook aanpassen aan je behoeften en je voorkeuren. Door verder te surfen, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil je meer info? Of wil je dit niet?Klik hier.