Economische update België - februari 2019

Volgens de voorlopige flash-raming van het Instituut voor de Nationale Rekeningen steeg het Belgische reële bbp in het vierde kwartaal van 2018 met 0,3% tegenover het voorgaande kwartaal. Vergeleken met het overeenstemmende kwartaal van 2017 bedroeg de reële bbp-groei 1,2%. Teleurstellende industriële productie- en uitvoercijfers naar het jaareinde van 2018 toe geven aan dat allicht vooral de buitenlandse handel op de groei in het vierde kwartaal heeft gewogen. Het was de vierde maal op rij dat de kwartaalgroei van de economische activiteit uitkwam op slechts 0,3%. Net als in het derde kwartaal, lag de groei in het laatste kwartaal van 2018 niettemin iets hoger dan die in de eurozone (+0,2%, zie figuur BE1). Over het ganse jaar 2018 groeide het reële bbp met naar raming 1,4%, tegenover 1,7% in 2017. Zoals in de vier voorgaande jaren lag de Belgische groei in 2018 opnieuw onder het cijfer van de eurozone (1,8%).

Figuur BE1 - bbp-groei in 3de en 4de kwartaal hoger dan in eurozone (kwartaal-op-kwartaalwijziging, in %)

Bron: KBC Economics gebaseerd op NBB.Stat en Eurostat

Een zwakke jaarstart

De vertrouwensindicatoren van januari wezen op een zwakke start van het nieuwe jaar. Zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen verzwakten lichtjes verder. De daling van het consumentenvertrouwen was voornamelijk toe te schrijven aan pessimistischere verwachtingen over het verloop van de werkloosheid. De verslechtering van de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank (NBB) in de afgelopen maanden was in alle sectoren zichtbaar. Van de beschouwde sectoren is de bouwsector de enige waar de afgevlakte curve van de barometer, die de onderliggende conjunctuurtendens weerspiegelt, nog altijd opwaarts is gericht. In de bouwsector bleven vooral de vraagverwachtingen tijdens het hele jaar 2018 tot januari 2019 sterk.

De vraag is in welke mate de binnenlandse vraag de verwachte daling van de uitvoergroei in 2019 kan compenseren. De hoop is daarbij vooral gericht op de consument. De reële inkomensgroei zal worden gestimuleerd door nog altijd gunstige arbeidsmarktomstandigheden, stijgende lonen, lagere inflatie en de verlaging van de inkomstenbelasting die kadert binnen de tax shift. Hierdoor zal de particuliere consumptie de komende kwartalen allicht vrij stevig groeien. De verwachting is ook dat de investeringen blijven toenemen tegen de achtergrond van een gezonde winstgevendheid van de bedrijven en gunstige financieringsvoorwaarden. Uit een midden januari door de NBB gepubliceerde enquête blijkt dat ondernemers in de verwerkende industrie er inderdaad van uitgaan dat hun investeringen in 2019 zullen stijgen. Het gerapporteerde cijfer (een toename met ruim 10%) moet wel voorzichtig worden geïnterpreteerd, aangezien de kloof tussen de vooraf gemaakte verwachtingen en de daadwerkelijk geïnvesteerde bedragen vaak aanzienlijk kan zijn.

Voorlopig houden we vast aan onze vooruitzichten voor de Belgische reële bbp-groei (d.w.z. 1,2% in 2019 en 1,1% in 2020), ondanks de verdere neerwaartse aanpassing van ons groeiscenario voor de eurozone (nu 1,1% in 2019 en 1,4% in 2020). Volgend op onze groeiherziening in januari hebben de afgelopen weken ook andere voorspellers, waaronder het Federaal Planbureau en de Europese Commissie, hun groeiverwachtingen voor de Belgische economie naar beneden bijgesteld. Onze cijfers bevinden zich wel nog steeds aan de ondergrens van de verschillende voorspellingen. Zo bedraagt de consensusprognose voor de Belgische groei in 2019 momenteel 1,4% en gaan zowel het Planbureau als de Commissie nu uit van een 1,3%-groei.

We verwachten dat de Belgische inflatie, gemeten volgens de geharmoniseerde definitie van Eurostat, zal afnemen van 2,3% in 2018 naar 1,8% in 2019 en 1,7% in 2020. De voorbije maanden zakte de inflatie al fors van een piek van 2,8% in november tot 2,0% in januari (volgens de nationale definitie; het geharmoniseerde cijfer van januari is nog niet beschikbaar). De daling was vooral het gevolg van de lagere energieprijsinflatie, in lijn met de daling van de olieprijs. De kerninflatie (gebaseerd op geharmoniseerde cijfers) is daarentegen gestegen, van een dieptepunt van 1,1% in april vorig jaar tot 1,4% in december. Het Belgische cijfer voor zowel de totale inflatie als de kerninflatie lag nog steeds boven dat van de eurozone.

Kader B3 -Belgische overheidsfinanciën op het goede spoor... houden

De Belgische begroting zette in 2018 met een tekort van 0,8% van het bbp ogenschijnlijk het beste resultaat sinds 2007 neer. De verbetering was vooral te danken aan de sterke toename van de voorafbetalingen door bedrijven en zelfstandigen tegen de achtergrond van hogere boetes voor geen of onvoldoende voorafbetalingen. Aangezien het een tijdelijke factor betreft, zal het begrotingstekort in 2019 (bij ongewijzigd beleid) opnieuw toenemen. De Nationale Bank van België (NBB) en het Federaal Planbureau ramen het tekort voor dit jaar op 1,6% respectievelijk 1,7% van het bbp en zien het cijfer daarna verder verslechteren tot een tekort van 2,0% van het bbp in 2021 en 2,6% in 2024.

De sanering bleef tijdens de voorbije legislatuur eerder beperkt. De afname van het begrotingstekort in 2014-2018 (van 3,1% naar 0,8% van het bbp) was immers vooral te danken aan de lagere rentelasten (1,0% van het bbp) en de gunstige conjunctuur en eenmalige ingrepen (0,6% van het bbp). Het effectieve begrotingsbeleid, dat wordt afgelezen van de verandering in het structureel primair saldo, droeg maar ten belope van 0,7% van het bbp bij tot de afname van het tekort.

Hoewel het totale saldo relatief meer verbeterde, was de sanering door de regering Michel (2014-2018) iets kleiner dan die van de vorige regering Di Rupo (2011-2014) (figuur K3). Terwijl de regering Di Rupo vooral koos voor belastingverhogingen, verlaagde de regering Michel de uitgaven. De budgettaire ruimte die daardoor ontstond, werd evenwel ingevuld door belastingverlagingen en minder door een versterking van de financiën.

Om een voldoende verdere afbouw van de Belgische overheidsschuld te garanderen, blijft een verdere sanering nodig. Door de val van de regering werd de begroting 2019 niet meer goedgekeurd en kwam er een noodbegroting met 'voorlopige twaalfden'. De overheid kan in 2019 elke maand een twaalfde uitgeven van de begroting van 2018. Dat zorgt ervoor dat 2019 een verloren jaar zal blijken inzake verdere gezondmaking van de publieke financiën.

Ook andere factoren baren zorgen over de ontwikkeling van het begrotingssaldo in de komende jaren. De economische groei vertraagt en het is onwaarschijnlijk dat de rente langdurig op het huidige historisch lage peil zal blijven. Hoewel de verwachte vergrijzingskosten dankzij de al doorgevoerde hervormingen een stuk lager zijn komen te liggen, zullen ook die in de toekomst nog op de financiën wegen.

Figuur K3 - Belgische publieke financiën 2011-2018 (verandering over de vermelde periodes, in procentpunten bbp)

(*) Gezuiverd voor de impact van de conjunctuur en eenmalige maatregelen

Bron: KBC Economics gebaseerd op AMECO (EC) en NBB

Economische vooruitzichten Belgische economie

Meer over de Belgische economie

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.