België - Economische update april 2019

Industrie houdt goed stand

Na respectievelijk drie en vier opeenvolgende maanden van dalingen, is het vertrouwen van Belgische ondernemingen en consumenten in maart gestegen. Dit is een goed voorteken voor de groei van het bbp in het eerste kwartaal van 2019. De verbetering van beide NBB-indicatoren volgt op de uitbodeming die al eerder zichtbaar was in de sentimentsindicatoren voor België gepubliceerd door Eurostat. De conjunctuurbarometer van de NBB verstevigde in maart zelfs aanzienlijk in de verwerkende nijverheid. Die ontwikkeling verbaast, omdat ze contrasteert met de malaise in de Duitse industrie. In tegenstelling tot de Duitse cijfers hielden de productie en de orderpositie van de Belgische industrie tot nu toe vrij goed stand (figuur 4).

Figuur BE1 - Orderpositie in de verwerkende nijverheid (index, seizoengezuiverd)

Bron: KBC Economics gebaseerd op NBB.Stat en Destatis

De inkomende data voor de Belgische economie zijn evenwel nog altijd gemengd. Vooral de exportcijfers blijven teleurstellen en krompen eind 2018 zelfs tegenover een jaar eerder. Bovendien zijn er signalen dat het beste op de arbeidsmarkt achter de rug is. Sommigen indicatoren zijn namelijk aan het keren. Zo neemt het aantal werkzoekenden wel nog altijd af vergeleken met een jaar eerder, maar in steeds mindere mate. Ook de verwachtingen van de gezinnen over de arbeidsmarkt zijn somberder geworden. Zij blijken zich meer zorgen te maken over de werkloosheidsvooruitzichten voor het komende jaar, en dit al voor de vijfde maand op rij.

Dynamiek woningmarkt nog altijd sterk

Ook in de bouw was er in maart een bescheiden ommekeer in het ondernemingsklimaat. Bedrijfsleiders lieten zich er wat negatiever uit over hun orderpositie en verwachtten een lichte daling van de vraag. De omstandigheden in de sector blijven echter algemeen op een hoog niveau, wat erop wijst dat de bouwactiviteit nog steeds in goede doen is. Het aantal wooneenheden in België is sinds 2012 sterk toegenomen ten opzichte van het aantal huishoudens (figuur 5). Dit zou een neerwaartse druk moeten hebben uitgeoefend op de dynamiek van de woningprijzen. In 2012-2014 is het tempo van de prijsstijging inderdaad vertraagd, maar in 2015-2017 stegen de prijzen opnieuw sterker. Volgens geharmoniseerde cijfers van Eurostat nam de prijsstijging van Belgische woningen in 2018 af tot 2,9%, tegenover 3,6% in 2017. Wij gaan ervan uit dat de stijging van de vastgoedprijzen in 2019-2020 verder zal vertragen tot zo’n 2,0 à 2,5% per jaar.

Figuur BE2 - Woningaanbod versus -vraag en dynamiek woningprijzen

Bron: KBC Economics gebaseerd op Eurostat, STATBEL en Federaal Planbureau

Kader 4 - Faillissementsgraad weer op pre-crisisniveau

In 2018 gingen 10.714 ondernemingen in België failliet, een daling van 1% tegenover een jaar eerder. Hoewel de faling van een onderneming in essentie een micro-economisch verschijnsel is, veroorzaakt door bedrijfsspecifieke omstandigheden, speelt ook de algemene macro-economische situatie een cruciale rol, vooral in de vorm van een verminderde productvraag. Macro-economische factoren hebben de neiging om de problemen van ondernemingen die al in moeilijkheden verkeren door andere oorzaken te verergeren en hun ondergang te versnellen. Figuur K4.1 toont het verband tussen de evolutie van het aantal faillissementen en de economische groei in België. Tijdens de recessies begin de jaren 80, begin de jaren 90 en de recente financiële crisis liep het aantal faillissementen sterk op. De stijging was minder uitgesproken tijdens de periode van zwakke groei begin de jaren 2000. De periodes van relatief sterke bbp-groei (1984-1990, 1994-2000, 2004-2007 en 2014-2018) gingen gepaard met een afname of slechts beperkte toename van het aantal faillissementen.

In het verleden bleek een economische groei van meer dan 2% nodig om het aantal faillissementen te doen dalen. Dit was niet het geval tijdens de recente opleving van de conjunctuurcyclus. Hoewel de jaarlijkse reële bbp-groei sinds 2014 ruim onder de 2% bleef, was de daling van het aantal faillissementen vrij stevig en benaderde die de pieken in de tweede helft van de jaren 80 en 90. De sterke daling hield ook relatief lang aan. In 2014-2018 resulteerde een stijging van het reële bbp met 1% gemiddeld in een daling van het aantal faillissementen met 1,7%. In voorgaande perioden van afnemende faillissementen was dat slecht 0,4% à 0,7%. Ook het banenverlies als gevolg van bedrijfsfaillissementen daalde sterk, van een piek van 27.940 in 2013 tot 18.848 in 2018.

Voorzichtigheid is geboden bij het interpreteren van faillissementsgegevens omdat die vaak ook door technische factoren worden beïnvloed. In 2017 was er bijvoorbeeld een plotse stijging van het aantal falingen die allicht grotendeels te wijten was aan de gerechtelijke reorganisatie en verbreding van de Belgische faillissementswet in dat jaar (figuur K4.1). Recent zien we opnieuw een stijgende trend in de maandelijkse faillissementen. Zo lag het aantal falingen in de eerste twee maanden van 2019 0,6% hoger dan een jaar eerder. Dit kan worden gezien als een signaal dat de economische cyclus aan het keren is. Volgens Graydon, die de gegevens verstrekt, is deze stijging evenwel deels te verklaren door het feit dat veel van de bedrijven die recent betrokken waren bij faillissementen al geruime tijd als 'inactief' werden genoteerd. Het lijkt erop dat de nieuwe wetgeving van juni 2017, die ondernemingsrechtbanken expliciet oplegt 'spookbedrijven' te identificeren en te elimineren, op steeds grotere schaal wordt toegepast.

Daarnaast moeten de faillissementsgegevens ook worden gerelativeerd. In absolute termen is het aantal faillissementen in België nog altijd hoog en ver boven het niveau van vóór de financiële crisis. Maar dit is uiteraard deels te wijten aan het feit dat er in de economische opleving ook meer nieuwe bedrijven werden opgericht, wat op zijn beurt ook tot meer faillissementen heeft geleid. Het aantal faillissementen moet dus worden gerelateerd aan het aantal actieve bedrijven. Deze zogenaamde faillissementsgraad is de laatste jaren gedaald van 14,7% in 2013 naar 10,9% in 2018, een niveau dat vergelijkbaar is met dat van vóór de crisisjaren. Dit laatste geldt ook voor de verhouding tussen nieuw-opgerichte bedrijven (starters) en faillissementen (figuur K4.2). Beide ratio's stabiliseerden zich in 2017-2018, wat zoals eerder vermeld deels door technische factoren werd beïnvloed.

Figuur K4.1 - Faillissementen en economische groei in België

Bron: KBC Economics gebaseerd op Graydon en NBB.Stat

Figuur K4.2 - Faillissementen t.o.v. actieve en nieuwe ondernemingen

Bron: KBC Economics gebaseerd op Graydon en Stabel

Vooruitzichten

Meer over de Belgische economie:

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.