België

België

Economische update - mei 2020

Bbp krijgt flinke knauw

Volgens de NBB-flashraming daalde het Belgische reële bbp in het eerste kwartaal van 2020 met 3,9% ten opzichte van het vorige kwartaal. Dit is het slechtste resultaat sinds het begin van de bbp-kwartaalreeks in de nationale rekeningen. De vorige grootste bbp-correctie (-2,2%) dateert van het vierde kwartaal van 2008 tijdens de Grote Recessie. De krimp van de Belgische economische activiteit in het eerste kwartaal was sterker dan verwacht en ongeveer gelijk aan die in de eurozone (-3,8%). De NBB vermeldde expliciet dat de flashraming voor het eerste kwartaal met een grotere onzekerheid dan gebruikelijk is omgeven, door een gebrek aan gegevens voor de maand maart toen de lockdown als gevolg van covid-19 startte. Er is dus een behoorlijke kans dat het finale bbp-cijfer voor het eerste kwartaal nog sterk wordt herzien.

Cijfers die met een hoge frequentie beschikbaar komen wijzen er intussen op dat de economische activiteit dit kwartaal nog veel harder wordt getroffen. In de wekelijkse enquête die door de Economic Risk Management Group (ERMG) wordt gepubliceerd, melden Belgische bedrijven een aanzienlijke daling (gemiddeld met bijna een derde) van hun omzet ten opzichte van de pre-crisisperiode. Gelukkig is de daling de jongste weken iets afgezwakt, wat een voorzichtig signaal geeft dat het economische leven zich erg langzaam herstelt. Dat is ook de boodschap die uit andere real-time indicatoren naar voren komt. Zo is het elektriciteitsverbruik tijdens de werkuren sinds midden april terug wat gestegen en neemt volgens het Google Mobility Report voor België ook de mobiliteit van de Belgen de laatste weken geleidelijk weer toe.

Nu de lockdownmaatregelen iets sneller dan verwacht worden opgeheven, zal de economie in het tweede kwartaal wat minder corrigeren dan eerder gedacht. Toch verwachten we dat het Belgische bbp in het tweede kwartaal met liefst 16% zal krimpen. Dit is vier keer meer dan in het eerste kwartaal. Terwijl we vorige maand nog uitgingen van een snelle opleving na de zware schok in de eerste jaarhelft, zijn we nu van mening dat het herstel trager en zwakker zal zijn (zie figuur BE1).

Er zijn meerdere redenen om te geloven dat de crisis een meer duurzame impact zal hebben. De consumptie blijft allicht zwak omdat de onzekerheid tot meer voorzorgssparen zal leiden en de voorzichtigheid en social distancing van consumenten het winkelen zullen belemmeren. Bij de bedrijven impliceren het toenemend aantal faillissementen, het uitstellen van investeringen (zoals aangegeven in de ERMG-enquête) en de forse verslechtering van het internationaal economische klimaat dat covid-19 langdurige schade zal toebrengen aan het Belgische economische weefsel.

Zwakkere jaargroei in 2021

Het gewijzigde pad voor de kwartaaldynamiek van het reële bbp heeft geen gevolg voor onze prognose van de jaargroei in 2020. Per saldo doen het slechter dan verwachte eerste kwartaal, een minder sterke correctie in het tweede kwartaal en een trager herstel daarna ons nog altijd geloven dat de Belgische economie dit jaar met 9,5% zal krimpen. Het zwakkere herstel vanaf het derde kwartaal van 2020 heeft echter wel een impact op de jaargroei in 2021. Die zien we nu uitkomen op slechts 5,7% (in ons scenario van april was dat nog 12,3%). Hierdoor blijft het reële bbp in het vierde kwartaal van 2021 4,4% onder het niveau van het vierde kwartaal van 2019.

De risico's blijven sterk neerwaarts gericht. De grootste onzekerheid behelst de mogelijkheid dat het virus terug de kop zal opsteken naarmate de lockdownmaatregelen worden opgeheven. Een eventuele nieuwe piek in het aantal covid-19 gevallen zal een belangrijke bepalende factor zijn voor het pad en de kracht van het economische herstel.

Het geactualiseerde scenario impliceert ook een meer pessimistische visie op de arbeidsmarkt. De forse daling van de vraag naar arbeid komt vooralsnog vooral tot uiting in een massale opname van tijdelijke werkloosheid. Toch is in maart en april ook het aantal mensen die effectief werkloos werden al duidelijk gestegen, vooral in Vlaanderen (zie figuur BE2). Dit doet ons vermoeden dat de werkloosheidsgraad in België tegen het einde van dit jaar zal stijgen tot 6,7%, in plaats van 6,2% waarvan we de vorige maand uitgingen. In dit scenario zullen in 2020 naar schatting 80.000 mensen hun job verliezen.

 

Op basis van geharmoniseerde cijfers (HICP) daalde de Belgische inflatie van 0,4% in maart naar 0,0% in april. Verrassend genoeg hield de inflatie op basis van de nationale CPI veel beter stand (0,6% in zowel april als maart).

Dit verschil is wellicht deels te wijten aan verstoringen in de prijsnotering van heel wat goederen en diensten als gevolg van covid-19. Die hebben het opstellen van de algemene prijsindex bemoeilijkt. Voor producten waarvoor geen transacties plaatsvonden (reizen, restaurants, kappers, enz.) werden de prijzen uit de voorgaande periode doorgetrokken, al dan niet met een seizoenscorrectie. Voor sectoren waar fysieke verkooppunten waren gesloten, werden prijsgegevens vooral online ingezameld.

De kerninflatie bleef veel hoger (1,6%), maar zal naar verwachting dalen als gevolg van een zwakkere vraag. In combinatie met de impact van de aanhoudend lage energieprijzen zal dit de Belgische algemene inflatie de komende maanden negatief maken. Hierdoor zien we de HICP-inflatie voor het ganse jaar 2020 op -0,6% uitkomen.

Economische voorspellingen

Andere voorspellingen

Wereld

Ierland

Centraal- en Oost-Europa

We gebruiken cookies en soortgelijke technologieën om je een goedwerkende website aan te bieden die je surfervaring aangenamer maakt. We kunnen de website ook aanpassen aan je behoeften en je voorkeuren. Door verder te surfen, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies. Wil je meer info? Of wil je dit niet?Klik hier.