Geen eenheid maar diversiteit in Europese inkomenstrends... maar onderwijs loont altijd

Netto-inkomens nemen toe in de EU, maar tegelijk ook de verschillen in inkomensgroei tussen de lidstaten. In alle landen blijkt echter dat een hoger opleidingsniveau leidt tot een hoger en sneller toenemend inkomen. Hierdoor ontstaat er in heel wat EU lidstaten een omvangrijke inkomenskloof tussen hoog- en laaggeschoolden. Deze vaststellingen gelden in het bijzonder voor Centraal- en Oost-Europese landen. Hun inkomens convergeren opnieuw sneller naar het EU-gemiddelde. De weg daarheen is echter nog lang en de toegenomen inkomensongelijkheid tussen laag- en hooggeschoolden zal allicht leiden tot een oproep tot herverdeling. Dergelijk herverdelingsbeleid zal de inkomensconvergentie voor hoogopgeleiden in Centraal-Europa afremmen.

De afgelopen maanden kondigden de krantenkoppen spectaculaire loonstijgingen in Centraal- en Oost-Europa aan. Economen waren niet verrast. Ten eerste groeien de economieën in de regio op dit moment veel sterker dan de West-Europese. Ten tweede ondergaan deze landen nog altijd een inhaalbeweging naar het EU-gemiddelde waarbij niet enkel prijzen convergeren, maar ook inkomens en lonen. Ten derde zorgt een relatief hoge productiviteitsgroei voor een hogere loongroei.

Hogere lonen leiden tot hogere netto-inkomens. Het is interessant om inkomens te bekijken rekening houdend met het opleidingsniveau van werknemers. In een recente Opinie (5 september 2017) argumenteerde ik eerder dat een gebrek aan geschoolde arbeid een gevaar inhoudt voor de groei van de Europese economie. Het voorbije decennium verschilde de netto- inkomensgroei duidelijk tussen opleidingsgroepen. Uit Eurostat- bevragingen blijkt dat het mediaan netto-inkomen van laaggeschoolden slechts 8,5% groeide sinds 2007, tegenover zo’n 12% voor de medium- en hooggeschoolden. Deze sterkere inkomensgroei voor hogeropgeleiden wijst op de toenemende schaarste aan menselijk kapitaal op de arbeidsmarkt.

Figuur 1 - Procentuele verandering in het mediaan netto-inkomen van hooggeschoolden in EU-landen (2015-2016 tegenover 2007-2008)

Bron: KBC Economic Research, gebaseerd op Eurostat

Wanneer men inkomenstrends tussen de EU-lidstaten vergelijkt, komt men uit bij een aantal tegengestelde evoluties. Ten eerste zien we in figuur 1 dat het mediaan netto-inkomen voor hooggeschoolden in veel landen toenam tussen 2007-2008 en 2015-2016 (tweejaarlijkse gemiddelden). Toch daalde het in enkele landen. De grootste inkomensgroei vinden we in Bulgarije (90%), Estland (63%) en Slowakije (50%). Griekenland (-37%), Portugal (-21%), Ierland (-16%), Cyprus (-15%) en Italië (-6%) kenden daarentegen negatieve loonevoluties bij hooggeschoolden. Er bestaan dus aanzienlijke verschillen binnen de EU, en zelfs binnen Centraal- en Oost-Europa. Zo steeg het netto-inkomen nauwelijks in Slovenië en Roemenië, en slechts gematigd in Hongarije (14%) en Tsjechië (25%).

Figuur 2 - Procentuele verandering in de inkomensverhouding tussen hoog- en laaggeschoolden

Bron: KBC Economic Research, gebaseerd op Eurostat

Ten tweede is de mediaan netto-inkomensratio van hoog- t.o.v. laaggeschoolden in vele richtingen geëvolueerd binnen de EU. Figuur 2 vergelijkt deze ratio voor 2015-2016 tegenover 2007- 2008 (balkjes in de figuur). De landen werden gerangschikt volgens de verhouding tussen de inkomens van hoog- en laaggeschoolden (gemiddeld over 2007-2016; weergegeven door de lijn). In alle landen verdienen hooggeschoolden gemiddeld meer dan laaggeschoolden. De grootte van de balkjes geeft dus aan in welke mate hooggeschoolden hun inkomen zagen toenemen t.o.v. laaggeschoolden. We stellen vast dat in landen die eenzelfde inkomensverschil kennen hoog- en laaggeschoolden niet noodzakelijk dezelfde trend volgen. In Bulgarije veerden de inkomens van hooggeschoolden relatief t.o.v. die van laaggeschoolden sterk op, terwijl in Roemenië het enorme inkomensverschil tussen hoog- en laaggeschoolden werd teruggedrongen. Er zijn dus tegengestelde trends, ondanks dat Bulgarije en Roemenië beide een grote loonkloof kennen tussen hoog- en laaggeschoolden. Ook Spanje en Portugal kennen tegengestelde evoluties. In Centraal-Europa zien we dat in Hongarije en Estland de inkomenskloof toeneemt, terwijl die in Tsjechië en Polen afneemt. Tot slot kenden in West-Europa de Duitse en Belgische hooggeschoolden een sterke relatieve inkomensgroei, wat minder het geval was in Nederland en Frankrijk. Opnieuw wijzen deze vaststellingen op uiteenlopende inkomensdynamieken binnen de EU. Naarmate de inkomenskloof tussen hoog- en laaggeschoolden groeit, klinkt de vraag naar een beleid van herverdeling luider omwille van de sociaal-economische gevolgen. Dit zal in bepaalde landen dus uitdagingen veroorzaken.

Figuur 3 - Netto-inkomensconvergentie bij hooggeschoolden in EU-landen onder het EU-gemiddelde (EU27-gemiddelde=100)

Bron: KBC Economic Research, gebaseerd op Eurostat

Zelfs zonder de aangekondigde loonsverhogingen voor Centraal- Europa in 2017 werd de inkomensconvergentie binnen de EU opnieuw op gang getrokken. Netto-inkomens stijgen al een tijdje in Centraal-Europa, en vooral die van hooggeschoolden, waardoor convergentie naar het EU-gemiddelde wordt gerealiseerd (figuur 3). We zien hier eigenlijk de heropstart van een langetermijnproces dat door de financiële crisis tijdelijk werd doorbroken. Tegelijk stellen we vast dat inkomensconvergentie in de EU niet altijd een duidelijke richting volgt. Zuid-Europese economieën zagen hun convergentie naar het EU-gemiddelde terugvallen. Hieruit blijkt dat de crisis ook hooggeschoolden in hun inkomen heeft getroffen. In crisistijden kan onderwijs iemands inkomen niet volledig beschermen, maar een opleiding verzacht wel de negatieve impact. Bovendien kenden de landen met een bovengemiddeld inkomen voor hooggeschoolden in 2007-2008 een sterke inkomensgroei waardoor zij verder gaan afwijken van het EU-gemiddelde. Dus volledige inkomensconvergentie in de EU is duidelijk nog niet voor morgen.

Is deze pagina nuttig voor jou? Ja Neen

Disclaimer:

Alle meningen in deze publicatie vertegenwoordigen de persoonlijke mening van de auteur(s) op de daarin vermelde datum en zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving.KBC Groep NV geeft geen garanties voor de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch voor de mate waarin zij zich ook effectief zullen realiseren. Alle prognoses zijn indicatief.
De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief . De informatie kan niet beschouwd worden als een aanbod tot verkoop of aankoop van financiële instrumenten. Ze kan evenmin beschouwd worden als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling of “onderzoek op beleggingsgebied “ in de zin van de wet - en regelgeving over de markten voor financiële instrumenten.
Behoudens de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Groep NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van de informatie, publicatie en gegevens verboden en dit ongeacht de vorm of de middelen.
KBC Groep NV kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of volleadigheid van de informatie of voor de directe of indirecte schade die zou voortvloeien uit het gebruik van dit document.

Gerelateerde artikels