Economische Vooruitzichten augustus 2019

Lees de volledige publicatie hieronder of klik hier om de PDF te openen. 

Blikvangers

  • Het monetair beleid en de internationale handelsspanningen waren de economische thema's die de voorbije weken het nieuws domineerden. De Federal Reserve verlaagde haar beleidsrente voor het eerst in jaren en de ECB zette de deur open voor een nog meer accommoderend beleid in de komende maanden. Wij verwachten dat de Fed de rente dit jaar nog tweemaal zal verlagen. De verlagingen moeten worden gezien als een voorzorgsmaatregel om de huidige zwakke wereldeconomie en de mogelijke toekomstige impact van risicofactoren, zoals de spanningen over de wereldhandel, tegen te gaan. Van de ECB verwachten wij al in september van dit jaar een nieuw programma voor kwantitatieve verruiming (quantitative easing) en een verlaging van de depositorente met 10 basispunten.
  • De belangrijkste reden voor deze monetairebeleidskeuzes is het aanhoudend zwakke wereldwijde economische klimaat, met name in de industrie, in combinatie met een erg beperkte inflatoire druk en steeds grotere risico's. Zo was de tijdelijke wapenstilstand in het handelsconflict tussen de VS en China na de G20-top in juni van korte duur. Recente ontwikkelingen wijzen erop dat een snelle en allesomvattende overeenkomst tussen de twee economische grootmachten erg onwaarschijnlijk is.
  • De groei in de eurozone vertraagde in het tweede kwartaal van 2019 tot +0,2%. Het Duitse reële bbp kromp zelfs met 0,1%. Zolang de problemen in de industrie aanhouden, verwachten we geen herstel van de Duitse economie. Naast de zwakte in de wereldeconomie, die heeft geleid tot een daling van de industriële productie en de uitvoer, wegen ook binnenlandse factoren op de Duitse activiteit. Zo zijn er steeds meer aanwijzingen dat de consumenten terughoudender worden, onder meer omdat de werkloosheid toeneemt. Daarom hebben we onze groeiprognoses voor de Duitse economie neerwaarts bijgesteld. De slechtere Duitse vooruitzichten zijn een van de belangrijkste redenen voor onze knip in de groeivooruitzichten voor 2020 voor de hele eurozone.
  • Met de verkiezing van Boris Johnson als nieuwe premier in het Verenigd Koninkrijk is de kans op een no-deal brexit-scenario toegenomen. De nieuwe Britse leider heeft de reputatie dat hij wispelturig en onvoorspelbaar is. Sinds zijn aantreden heeft hij zijn belofte herhaald om de EU op 31 oktober te verlaten, met of zonder overeenkomst. Hiermee heeft hij de vooruitzichten voor het VK aanzienlijk onzekerder gemaakt en de neerwaartse risico's voor de EU als geheel vergroot. Intussen krijgt de Britse economie het zwaar te verduren (-0,2% in het tweede kwartaal), al compenseren de solide gezinsuitgaven wel nog altijd in aanzienlijke mate de aanhoudende en uitgesproken zwakte van de bedrijfsinvesteringen.
  • De recente gebeurtenissen in Azië en Latijns-Amerika hebben de wereldwijde onzekerheid nog verder vergroot. De onrust in Hongkong en het diplomatieke conflict tussen Japan en Zuid-Korea zijn zorgwekkende ontwikkelingen voor de wereldeconomie. Recente politieke ontwikkelingen in Argentinië geven aan dat landspecifieke schokken in opkomende markten nog altijd tot de mogelijkheden behoren.

Internationale omgeving

Voorlopige Eurostat-cijfers wijzen op een zwakkere bbp-groei voor de eurozone in het tweede kwartaal (+0,2% kwartaal-op-kwartaal) en voor de hele EU28 (eveneens +0,2%) (Figuur 1). De cijfers zijn lager dan die in voorgaande kwartalen, maar niet dramatisch. Ze verbergen wel sterk uiteenlopende ontwikkelingen binnen de eurozone, die zorgwekkend zijn. Het meest opvallend is het licht negatieve groeipercentage voor Duitsland (-0,1%). Dit cijfer was geen verrassing aangezien de vertrouwensindicatoren voor de industrie nog altijd een daling vertonen en ook de industriële productie en uitvoer in het tweede kwartaal slechte cijfers lieten optekenen. De ontwikkelingen zijn het gevolg van de internationale handelsperikelen die leiden tot een geringere internationale vraag naar Duitse producten.

Figuur 1 - Duitse economie grootste bron van zorg in eurozone (reëel bbp, kwartaal-op-kwartaalwijziging, in %)

Bron: KBC Economics gebaseerd op Eurostat (2019)

Bovendien zijn er alsmaar meer tekenen dat de industriële zwakte ook de Duitse binnenlandse vraag negatief beïnvloedt. Het consumentenvertrouwen is de voorbije maanden gedaald en ook de detailhandelsverkopen laten enige zwakte zien. Inzake nieuwe bestellingen voor de industrie zien we dat de binnenlandse bestellingen de afgelopen maanden zijn afgenomen, terwijl de buitenlandse zich lijken te stabiliseren, zij het op een laag niveau. Ook op de arbeidsmarkt zien we de eerste tekenen van zwakte. Volgens nationale cijfers is het aantal werklozen in juli gestegen. Alles in acht genomen lijkt een Duits herstel op korte termijn eerder onwaarschijnlijk en is een negatief groeicijfer voor het derde kwartaal onvermijdelijk.

Hoewel in sommige eurolanden, waaronder Frankrijk en Spanje, het producentenvertrouwen voorbij het dieptepunt lijkt, is het nog te vroeg om te spreken van een duidelijk herstel. Dat is des te meer zo omdat de stabilisatie van het vertrouwen en andere activiteitscijfers niet in de hele eurozone wordt waargenomen, met Duitsland als belangrijkste achterblijver. De zwakke Duitse groei heeft gevolgen voor ons groeiscenario voor de eurozone en de hele Europese Unie. We verwachten nu dat de dynamiek van de groeivertraging doorheen 2019 sterker (maar wel nog altijd tijdelijk) zal zijn en vooral geconcentreerd is in Duitsland en in de industrie. Voor 2020 blijven we uitgaan van een zwak herstel van de kwartaalgroeidynamiek.

Dit herstel zal door verschillende factoren worden gevoed. Ten eerste bleven meerdere Europese landen in het tweede kwartaal goed presteren. Zo blijft de groei in Centraal- en Oost-Europa hoog, al gingen ook daar de groeicijfers in de meeste landen lager. Opvallend en enigszins verrassend zijn de relatief goede prestaties in economieën die sterk met de Duitse economie zijn geïntegreerd. Zo zagen Nederland (+0,5%), Finland (+0,9%), Denemarken (+0,8%), Tsjechië (+0,6%) en Hongarije (+1,1%) hun groei stabiliseren of verbeteren tegenover die in het eerste kwartaal. Ook Spanje en Portugal zetten hun pad van sterk herstel voort. Ten tweede blijven de binnenlandse indicatoren (inzake de arbeidsmarkt, dienstensectoren,...) in de meeste eurolanden relatief sterk, ondanks wat verzwakking in de jongste maanden. Ten derde verwachten we een erg accommoderend monetair beleid van de ECB en een sterkere roep voor aanzienlijke budgettaire stimuli in gans Europa. Ten slotte worden periodes waarbij de groei onder de potentiële ligt, wat we momenteel zien, zonder nieuwe schokken doorgaans gevolgd door een terugkeer naar het potentiële groeiniveau.

Deze omstandigheden hebben ertoe geleid dat we onze groeivooruitzichten voor de eurozone als volgt hebben aangepast. De reële bbp-groei voor 2019 werd verhoogd van 1,0% naar 1,1%. Dit is een technische correctie als gevolg van het beter dan verwachte (nog voorlopige) groeicijfer voor het tweede kwartaal, wat ons zwakker scenario voor de rest van het jaar meer dan compenseert. Het vooruitzicht voor de groei in 2020 werd verlaagd van 1,3% naar 1,1%, vooral te wijten aan de zwakkere vooruitzichten voor de Duitse economie. Ons scenario blijft uiteraard sterk afhankelijk van de veronderstelling dat er geen harde brexit (zie ook Kader 1) en/of handelsconflict tussen de VS en de EU zal plaatsvinden. Beide blijven de belangrijkste risico's voor het EMU-groeiscenario.

Kader 1 - Gemengde trends in de Britse economie te midden van toegenomen politieke onzekerheid

Het komt niet als een verrassing dat de Britse economie tekenen van zwakte vertoont te midden van de brexit-onzekerheden en wereldwijde tegenwind. Toch klapt die niet in elkaar (Figuur K1). De voorbije maanden waren er enkele duidelijk verschillende trends te zien tussen de consumptie- en de productiezijde van de economie. De uitgaven van de gezinnen lijken enerzijds vrij goed op peil te blijven. Het consumentenvertrouwen werd de afgelopen maanden namelijk geschraagd door een behoorlijke jobcreatie en sterkere loonstijgingen. De bedrijven blijven anderzijds erg pessimistisch, meer bepaald in de industrie. De aanhoudende onzekerheid rond de brexit komt bovendien ook in de bedrijfsinvesteringen tot uiting. Die lieten in het tweede kwartaal opnieuw een negatieve jaar-op-jaargroei optekenen. De Britse economie bevindt zich momenteel dus in een soort schizofrene toestand, maar de algemene prestatie blijft al bij al toch eerder matig. Wij verwachten een reële bbp-groei van 1,2% dit jaar en 1,1% volgend jaar, waarbij de consumptie van de gezinnen de belangrijkste positieve bijdrage zal leveren.

De aanhoudende zwakte van de bedrijfsuitgaven in het VK weerspiegelt grotendeels de erg onzekere politieke situatie rond de brexit. Boris Johnson, de nieuwe premier, wordt algemeen gezien als onvoorspelbaar en niet gedreven door een bepaalde politieke visie op de wereld. Zijn vroege verklaringen alsook benoemingen in het kabinet en van zijn adviseurs suggereren een veel agressievere benadering van de brexit dan die van voormalig premier Theresa May. Zo wees Johnson erop dat de Europese Unie belangrijke aanpassingen moet doen in de overeenkomst waarover Theresa May eerder met Brussel heeft onderhandeld. Hij stelt daarbij dat de EU bij het uitblijven van toegevingen de verantwoordelijkheid voor een no-deal brexit zou dragen.

Terwijl de nieuwe Britse premier harde taal spreekt tegenover de EU, is zijn aanpak met betrekking tot de binnenlandse politiek zelfs nog harder. Boris Johnson lijkt te proberen om het parlement te omzeilen door in te zetten op vervroegde verkiezingen en daarbij het parlement lam te leggen in de weken voorafgaand aan 31 oktober, de huidige geplande vertrekdatum van het VK uit de EU. De kern van zijn aanpak bestaat uit een tweedaagse exit-/verkiezingskalender. Die stelt de brexit op 31 oktober en meteen daarna algemene verkiezingen op 1 november in het vooruitzicht. Op 1 november zou eventuele chaos van de economische activiteit die met de brexit verband houdt nog niet voel- of zichtbaar zijn.

De volgende Britse verkiezingen staan gepland voor 2022, maar vervroegde verkiezingen kunnen worden uitgelokt door verlies van een vertrouwensstemming in het parlement. Verwacht wordt dat Labour, de grootste oppositiepartij, de aanzet zal geven tot een dergelijke stemming zodra het parlement op 3 september of kort daarna opnieuw bijeenkomt. Als, zoals verwacht, de Johnson-regering de stemming verliest, heeft ze veertien dagen tijd om het vertrouwen van het parlement terug te winnen. Zo niet, dan moet de premier de Britse Queen vragen om het parlement te ontbinden en beslist hij over de verkiezingsdatum (niet vroeger dan 25 werkdagen vooruit). Belangrijk is dat het aan de premier is om de datum te bepalen waarop die verkiezingen moeten worden gehouden. Johnson heeft al aangegeven dat hij dan de verkiezingsdatum van 1 november zal naar voren schuiven, de dag nadat de brexit momenteel staat gepland.

Het VK heeft geen geschreven grondwet en een erg verdeeld parlement. Op dit ogenblik is het dus onduidelijk of een alternatieve coalitie van parlementsleden een tijdelijke regering kan of zou willen vormen om een no-deal exit op 31 oktober te blokkeren. Aangezien er een duidelijke, zij het ongeorganiseerde meerderheid in het parlement is die tegen een no-deal brexit is, gaan we er nog altijd van uit dat de brexit-deadline wordt verschoven naar 2020 en er uiteindelijk een akkoord zal worden bereikt dat aanvaardbaar is voor zowel het VK als de EU. Een harde brexit, zonder enig akkoord, is de afgelopen weken niettemin een aanzienlijk verhoogd risico geworden.

Figuur K1 - Britse economie verzwakt, maar stort niet in elkaar (jaarwijziging in %)

Bron: KBC Economics gebaseerd op UK Office for National Statistics (2019)

Amerikaanse economie vertraagt

Zoals verwacht was de reële bbp-groei in de VS in het tweede kwartaal (2,1% op jaarbasis) zwakker dan in het voorgaande (3,1%). Positief is dat de groeisamenstelling solider was. Zo droeg de private consumptie sterk bij tot de groei, na vrij teleurstellende cijfers in het eerste kwartaal. Aangezien de Amerikaanse arbeidsmarkt vrij goed bestand blijft tegen de wereldwijde economische onrust, verwachten we dat de private consumptie de VS-economie ook in de toekomst blijft ondersteunen. Als gevolg van de wereldwijde zwakte in de industrie, die nog werd verergerd door de handelsoorlog tussen de VS en China, was de groeibijdrage van de netto-uitvoer negatief. De uitvoer kromp terwijl de invoer nagenoeg onveranderd bleef. Dat laatste wordt wellicht verklaard doordat Amerikaanse bedrijven anticipeerden op hogere Amerikaanse tarieven op invoer uit China. Gezien de zwakte in de wereldeconomie zal de netto-uitvoer ook in de nabije toekomst een domper zetten op de groei. De onzekerheden rond het handelsbeleid van de VS wegen op het vertrouwen en de activiteit van de bedrijven. De ISM-vertrouwensindicator voor zowel de verwerkende nijverheid als de diensten daalde de voorbije maanden en ook de bedrijfsinvesteringen vielen in het tweede kwartaal terug.

Als gevolg van neerwaartse bijstellingen van de groeicijfers voor de voorbije kwartalen door het Amerikaanse bureau voor de statistiek, hebben we onze groeiprognose voor de VS voor heel 2019 verlaagd van 2,5% naar 2,3%. Voor de tweede helft van dit jaar verwachten we geen noemenswaardig herstel van de groei, aangezien de meeste indicatoren wijzen op een vertraging. Voor 2020 blijft onze groeivoorspelling ongewijzigd op 1,7%.

De Amerikaanse indicatoren inzake loonstijging vertonen intussen tekenen van stabilisatie of zijn zelfs over hun piek (Figuur 2). De groei van de gemiddelde uur- en weekloonkost neemt af en ook de arbeidskostenindex vertoont tekenen van zwakkere groei. Uit de NFIB-enquête blijkt dat recent minder bedrijven de lonen van hun werknemer hebben verhoogd of van plan zijn dit te doen. We verwachten dan ook dat de inflatoire druk vanuit de arbeidsmarkt enigszins zal afnemen. Ook het wereldwijde inflatieklimaat blijft overigens gematigd. Een en ander vertaalt zich in een neerwaartse bijstelling van onze inflatieprognose. Wij verwachten nu dat de Amerikaanse inflatie, zoals gemeten door de consumptieprijsindex (CPI), in 2019 en 2020 respectievelijk 1,9% en 2,1% zal bedragen, komende van 2,0% en 2,2% in onze vorige prognose. De inflatie gebaseerd op de PCE-indicator, die de Fed gebruikt als maatstaf, ligt gewoonlijk lager dan die op basis van de CPI en zal wellicht onder de Fed-doelstelling van 2% blijven.

Figuur 2 - Loonindicatoren in de VS voorbij hun piek (jaar-op-jaarwijziging, in %)

Bron: KBC Economics gebaseerd op US Bureau of Labor Statistics (2019)

Renteverlaging ECB in september

Tijdens haar laatste vergadering heeft de ECB opnieuw een belangrijke stap gezet richting een versoepeling van haar beleid. In de communicatie over haar toekomstige beleid (forward guidance) gaf de ECB expliciet aan dat de rente kan worden verlaagd. Bovendien wees ze er nogmaals met klem op bereid te zijn verdere actie te ondernemen indien nodig. De ECB gaf ook aan dat verschillende mogelijkheden voor een verdere versoepeling worden onderzocht, wat een bijkomend teken is dat ze bereid is om het beleid in september verder te versoepelen. De centrale bank verwees concreet naar manieren om de impact van de forward guidance te versterken, naar verzachtende maatregelen zoals een systeem van rentedifferentiatie (a tiered rate system) en naar mogelijkheden inzake zowel omvang als samenstelling van bijkomende aankopen van activa. We hebben ons scenario voor het monetaire beleid van de ECB daarom aangepast. Wij verwachten nu dat de centrale bank haar depositorente op de vergadering van september met 10 basispunten zal verlagen tot -0,50% en deze daarna op dat niveau zal houden. De verlaging zal wellicht gepaard gaan met de invoering van een depositosysteem met rentedifferentiatie. De bedoeling is om de negatieve impact van de lage beleidsrente op de netto rente-inkomsten van banken te verzachten en zo de financiële stabiliteit in de eurozone te waarborgen. Naast de verlaging van de depositorente zal de ECB naar verwachting een nieuw programma lanceren voor de aankoop van activa en in haar forward guidance een nog duidelijker signaal geven inzake het behoud van het soepele beleid. 

Vanuit economisch oogpunt is het nut van een renteverlaging twijfelachtig. Het is onwaarschijnlijk dat een verdere verlaging van de negatieve rentes de groei en de inflatie zal aanwakkeren, terwijl de negatieve neveneffecten toenemen. Daarom kan niet worden uitgesloten dat ECB met haar forward guidance vooral de markten wou verzekeren dat de ze klaar staat om te handelen in geval van grote economische schokken, zoals een no-deal brexit of een escalatie van de handelsoorlog die ook de EU zwaar treft. In die omstandigheden is het economisch zinvol om de schok te verzachten door een soepeler monetair beleid. De financiële markten lijken de forward guidance echter anders te interpreteren, namelijk als een duidelijke toezegging om de rente sowieso te verlagen als preventieve maatregel in een periode van economische zwakte en uitzonderlijke onzekerheid. Mocht de ECB uiteindelijk toch niet aan de verwachtingen tegemoet komen, dan zouden de financiële markten scherp kunnen reageren.

Gegeven onze prognose van een ultra-soepel monetair beleid zien wij weinig factoren die kunnen leiden tot een noemenswaardige stijging van de langetermijnobligatierentes in het najaar van 2019. Integendeel, ze zouden zelfs wat lager kunnen uitvallen wanneer de ECB haar beleidsrente daadwerkelijk verlaagt en we de brexit-deadline van eind oktober naderen. Daarom hebben we onze eindejaarsverwachting voor de 10-jarige Duitse obligatierente verlaagd naar -0,70% (van -0,20%). In 2020 is een erg geleidelijke normalisering van de rente waarschijnlijk, maar in mindere mate dan eerder verwacht (-0,30% eind 2020, in plaats van +0,15%). Als gevolg van het verwachte ECB-programma voor de aankoop van activa zullen de renteverschillen binnen de eurozone ruwweg onveranderd blijven op hun huidige lage niveaus. Een risico blijft niettemin dat landspecifieke gebeurtenissen zorgen voor enige tijdelijke nervositeit op de financiële markten. Met name de Italiaanse politieke crisis zou kunnen leiden tot een tijdelijke stijging van de Italiaanse rente tegenover de rente op Duitse 10-jaarsobligaties.

Fed treedt toe tot club versoepelende centrale banken

Zoals verwacht, verlaagde de Fed tijdens haar laatste beleidsvergadering de beleidsrente met 25 basispunten naar 2,00-2,25%. Zij kondigde tegelijkertijd aan al deze maand (d.w.z. twee maanden sneller dan eerder aangegeven) de afbouw van haar balans te zullen afronden. De renteverlaging kan worden gezien als een preventieve maatregel om een duurzame expansie van de economische activiteit en de inflatie te verzekeren en zo de symmetrische 2%-inflatiedoelstelling te bereiken. Fed-voorzitter Powell noemde de renteverlaging een beleidsaanpassing halverwege de cyclus en niet de start van een lange reeks renteverlagingen. De renteverlaging moet vooral worden gezien als een verzekering tegen een zwakke wereldeconomie, met name in Europa en China, en tegen de mogelijke gevolgen van de internationale handelsspanningen. In lijn daarmee verwachten we dat de Fed dit jaar de rente nog tweemaal zal verlagen met telkens 25 basispunten. Aangezien 2020 een jaar is met presidentsverkiezingen en de Fed zich in zo’n periode meestal onthoudt van elke tussenkomst, denken we niet dat er nog meer renteverlagingen zullen volgen.

Als gevolg van de meer accommoderende houding van de Fed zal de Amerikaanse langetermijnrente waarschijnlijk lager blijven. We hebben daarom onze voorspelling van de 10-jaarse obligatierente voor eind 2019 verlaagd naar 1,60% (van 1,85%) en voor eind 2020 naar 2,00% (van 2,40%).

Matige appreciatie van de euro

De gewijzigde voorspellingen voor het monetair beleid in de eurozone en de VS hebben ook gevolgen voor onze wisselkoersvooruitzichten. Hoewel we nog altijd verwachten dat de euro zal stijgen tegenover de dollar, zal het appreciatiepad op korte termijn wellicht iets gematigder zijn dan eerder gedacht. De verwachte aanzienlijke versoepeling van het ECB-beleid, in combinatie met de verklaring van de Fed dat haar renteverlagingen slechts een aanpassing halverwege de cyclus zijn en niet de start van een lange versoepelingscyclus, zijn minder gunstig voor de euro. Bovendien verminderen de economische zwakte van Duitsland en de eurozone en de onzekerheid rond de brexit het opwaartse potentieel van de munt. Bij een escalerend handelsconflict tussen de VS en de EU zouden de markten snel hun verwachting omtrent de relatieve mate van beleidsversoepeling door de Fed en de ECB kunnen herzien, wat niet zonder gevolgen zou blijven voor de koers van de euro tegenover de dollar.

Op langere termijn blijft het door ons voorziene appreciatiepad van de euro nog altijd geldig. De financiële markten verwachten meer renteverlagingen van de Fed dan wij momenteel incalculeren. De beleidsreactiefunctie van de Fed houdt bovendien rekening met de internationale handelsontwikkelingen, die de dollar niet ondersteunen. Dat geeft president Trump de facto de mogelijkheid om druk uit te oefenen op de Fed om haar beleidsrente verder te verlagen en de USD te verzwakken (of in ieder geval een te grote appreciatie te voorkomen). Bovendien is de euro vanuit een fair value-perspectief nog altijd wat ondergewaardeerd.

Wapenstilstand in handelsoorlog kortstondig

Vorige maand voorspelden we dat de wapenstilstand in de handelsoorlog tussen de VS en China na de G20-top van juni slechts tijdelijk zou standhouden. Een nieuwe escalatie van het geschil kwam er nog eerder dan we hadden verwacht. Omdat de handelsbesprekingen tussen de VS en China volgens president Trump niet genoeg vooruitgang boekten, kondigde hij aan bijkomend een invoertarief van 10% te zullen invoeren op een lijst van ingevoerde producten uit China ter waarde van 300 miljard dollar. De Chinese tegenreactie volgde enkele dagen later met een depreciatie van de CNY boven de psychologische grens van 7,00 CNY per USD (Figuur 3). Daarop bestempelde het Amerikaanse ministerie van Financiën China als wisselkoersmanipulator. Dat had vooral symbolische implicaties, aangezien de gevolgen van deze stempel reeds golden voor China. Toch wordt de druk op de onderhandelingen, die nu al erg moeizaam verlopen, hiermee nog verder opgevoerd.

Figuur 3 - Depreciatie van de Chinese munt als nieuw wapen in de handelsoorlog tussen de VS en China (CNY per USD)

Bron: KBC Economics gebaseerd op MSCI

Midden augustus besliste de Amerikaanse regering om de hogere tarieven op een aantal Chinese producten uit te stellen. Hoewel dit kan worden gezien als een teken van goodwill ten aanzien van China, is de beslissing meer ingegeven door binnenlandse factoren. De drastische en onverwachte stijging van de tarieven zou waarschijnlijk wegen op de detailhandelsverkopen. Door het uitstellen van de tariefverhoging tot midden december zou de impact op de Amerikaanse economie beperkter moeten zijn.

We achten het onwaarschijnlijk dat de Chinese autoriteiten een doorgedreven structurele devaluatie van de CNY als strategie zullen gebruiken in de handelsoorlog. De daaraan verbonden risico's (onder meer grote kapitaaluitstromen) zijn groot en zouden indruisen tegen de langetermijndoelstelling om de renminbi meer marktgericht en internationaal verhandelbaar te maken. Niettemin zijn de komende maanden extra depreciatiepieken van de CNY mogelijk als vergeldingsmaatregel, mochten de VS besluiten om de invoertarieven opnieuw te verhogen. Al met al lijken beide partijen aan de onderhandelingstafel geen haast te hebben om op korte termijn een akkoord te bereiken. In plaats daarvan is sprake van een situatie waarin beide partijen onderzoeken of de economische problemen op korte termijn bij de andere partij aanleiding kunnen geven tot extra toegevingen. Daarom verwachten we dat het conflict tussen de VS en China nog enkele maanden zal aanhouden, met ups en downs, en zich zal uitbreiden tot meerdere economische confrontaties (met name op het gebied van technologie).

Ondertussen proberen de Chinese autoriteiten meer, zij het beperkte, stimulansen in te voeren om de groei van de economie te ondersteunen met hervormingen van hun systeem van referentierentevoeten. Nieuwe bankleningen aan huishoudens en bedrijven zullen worden gebaseerd op de Loan Prime Rate, berekend op basis van de inbreng van 18 banken en genoteerd als het renteverschil met de 1-jaarse rente van de middellangetermijnkredietfaciliteit (MLT), die op zijn beurt in feite de nieuwe beleidsrente wordt (zie Figuur 4). Het doel is om het transmissiemechanisme van het monetaire beleid te verbeteren, omdat, ondanks diverse versoepelende maatregelen sinds het begin van de handelsoorlog, de gemiddelde kredietrente in China minder is gedaald dan de interbankenrente.

Figuur 4 - Rentevoeten in China (in %)

Bron: KBC Economics gebaseerd op SHIBOR, PBoC

Nieuwe internationale ontwikkelingen die risico’s inhouden

De voorbije weken doken er nieuwe gebeurtenissen op die uiteindelijk ook onze economische vooruitzichten zouden kunnen beïnvloeden. Nieuwe risico's manifesteerden zich in Azië (zie Kaders 2 en 3). Een diplomatieke rel tussen Japan en Zuid-Korea escaleert naar een handelsconflict, wat risico's met zich brengt voor lokale en wereldwijde toeleveringsketens. Bovendien kan de intensivering van de protesten in Hongkong de rol van de stadstaat als belangrijk internationaal financieel centrum en kanaal waarlangs China toegang krijgt tot de internationale financiële markten verstoren. Ook de laatste politieke ontwikkelingen in Argentinië zijn duidelijk een nieuwe zorg voor de financiële markten, met een gevoelige depreciatie van de Argentijnse peso. Voorlopig blijft het een landspecifiek risico, maar het valt nog te bezien of andere opkomende markten besmet kunnen worden.

Kader 2 - Zuid-Korea en Japan: een nieuw teken van toenemend protectionisme

De spanningen tussen Japan en Zuid-Korea begonnen met een diplomatiek incident waarbij Zuid-Korea een compensatie eiste van Japanse bedrijven voor de dwangarbeid van Koreanen tijdens de Japanse bezetting. De activa van Japanse bedrijven werden door Korea in beslag genomen. Een heftige Japanse reactie volgde. Aanvankelijk voerde Japan administratieve maatregelen in om de uitvoer van hightech elektronische componenten naar Zuid-Korea te vertragen. Dergelijke maatregelen staan gelijk aan uitvoerbeperkingen, een handelsbeleid dat tijdens conflicten vaak wordt gevoerd om te voorkomen dat schaarse goederen het land verlaten en ten goede komen aan handelspartners. In dit geval zijn de hightech elektronische componenten van essentieel belang voor de productie van een verscheidenheid aan elektronische apparatuur door Zuid-Koreaanse conglomeraten. De Japanse regering ging vervolgens nog een stap verder door Zuid-Korea van de zogenoemde 'witte lijst' van preferentiële uitvoerpartners te schrappen. Zuid-Korea reageerde met een soortgelijke maatregel. De ontwikkelingen zullen de bilaterale handel tussen beide landen schaden en de wereldmarkt voor televisies, computerschermen, smartphones, e.d. stevig verstoren. Dat het handelsbeleid opnieuw wordt gebruikt in een hoofdzakelijk diplomatiek conflict geeft aan hoe wijdverbreid en misschien wel aanvaardbaar protectionisme is in de huidige economie. De protectionistische retoriek van de VS blijkt anderen geïnspireerd te hebben. Wereldwijd neemt het protectionisme toe en zet het de bestaande mondiale waardeketens onder druk. Naarmate er in verschillende regio's meer handelsconflicten ontstaan, zal de economische schade alleen maar toenemen.

Kader 3 - De protesten in Hongkong kunnen wereldwijde economische gevolgen hebben

Sinds de overdracht van Hongkong door het Verenigd Koninkrijk aan China in 1997 geniet Hongkong als speciale administratieve regio bijzondere vrijheden en rechten. Sommige van deze vrijheden en rechten worden evenwel bedreigd door pogingen van China om Hongkong onder strengere controle te plaatsen. De huidige straatprotesten volgen op soortgelijke demonstraties tegen dergelijke bedreigingen in het verleden. Met de escalatie van het conflict neemt ook de internationale bezorgdheid toe. De wereldwijde economische belangen in Hongkong zijn aanzienlijk, aangezien het nog altijd het belangrijkste financiële centrum in de regio is. Maar de gevolgen voor het Chinese vasteland geven ook aanleiding tot bezorgdheid. Hongkong is een belangrijke toegangspoort voor China tot de internationale financiële markten en vice versa. Veel directe buitenlandse investeringen in China vinden plaats via Hongkong. Tot slot bestaat de vrees dat de onrust tot een buitenproportionele reactie van China kan leiden, wat niet alleen tot geweld in Hongkong maar ook tot een internationale diplomatieke crisis kan leiden. In de context van de huidige handelsoorlog tussen de VS en China is het conflict een gevaarlijke cocktail met potentieel ernstige gevolgen voor de wereldeconomie.

Figuur K3 - Buitenlands kapitaal dat via Hongkong naar China vloeit (in % van de totale buitenlandse directe investeringen in China)

 

Bron: KBC Economics gebaseerd op China Ministry of Commerce

Meest recente voorspellingen

Meer voorspellingen kan je hier vinden.

Disclaimer:

Deze publicatie werd gerealiseerd door de economen van de KBC-groep. Alle meningen in deze publicatie vertegenwoordigen de persoonlijke mening van de auteur(s) op de daarin vermelde datum en zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving.
KBC Groep NV geeft geen garanties voor de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch voor de mate waarin zij zich ook effectief zullen realiseren. Alle prognoses zijn indicatief.
De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief . De informatie kan niet beschouwd worden als een aanbod tot verkoop of aankoop van financiële instrumenten. Zij kan evenmin beschouwd worden als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling of “onderzoek op beleggingsgebied “ in de zin van de wet – en regelgeving over de markten voor financiële instrumenten.
Behoudens de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Groep NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van de informatie, publicatie en gegevens verboden en dit ongeacht de vorm of de middelen.
KBC Groep NV kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of volledigheid van de informatie of voor de directe of indirecte schade die zou voortvloeien uit het gebruik van dit document.

Alle historische koersen/prijzen, statistieken en grafieken zijn up-to-date, tot en met 9 augustus 2019, tenzij anders vermeld. De verstrekte standpunten en prognoses zijn die van 9 augustus 2019.

Gerelateerde artikels

Wordt monetair beleid ‘selectiever’?

MR20191411RBNZ

Brengt Duitsland Europese depositogarantie dichterbij?

EO20191114 Brengt Duitsland Europese depositogarantie dichterbij?

Trump haalt beurzen (even?) van hun wolk

MR20191113 Trump haalt beurzen (even?) van hun wolk

Spaanse kiezer schudt kaarten aartsmoeilijk

MR20191112 Spaanse kiezer schudt kaarten aartsmoeilijk
KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.