Biodiversiteit: een ondergewaardeerde productiefactor

Economische Opinie

Mondiale beleidsmakers worden overspoeld met aanbevelingen om ernstige maatregelen te nemen om de klimaatverandering in te dijken. Twee weken geleden voegde het Intergouvernementeel Wetenschapsbeleidsplatform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES) daar een scherpe waarschuwing aan toe. De biodiversiteit neemt af. Ongeveer een miljoen van de naar schatting acht miljoen planten- en diersoorten op de planeet worden met uitsterven bedreigd. Veel daarvan in de komende decennia. Deze waarschuwing is niet alleen vanuit een puur milieuperspectief schokkend, maar ook vanuit het perspectief voor de wereldeconomie. De biodiversiteit van een ecosysteem is immers aantoonbaar een afzonderlijke en zeer belangrijke factor voor het bepalen van de potentiële groei. Mensen hangen af van hun natuurlijke omgeving en van milieuprocessen. Dat zijn ‘natuurlijke activa’ met tastbare voordelen voor de productiviteit en output. Net zoals investeringen nodig zijn om de afschrijving van andere activa te compenseren, zijn investeringen nodig voor de bescherming en het herstel van het milieu. Beleidsmakers moeten nu handelen om de klimaatverandering te beperken.

Potentiële groei: een ongrijpbaar concept

Potentiële output is een cruciaal maar nogal abstract begrip in de economie. Het wordt vaak gedefinieerd als de maximale productie die een economie kan produceren met de beschikbare kapitaalvoorraad, arbeidsinput en productiviteit, zonder inflatie te veroorzaken. Het concept verschilt van de feitelijke output of bruto binnenlands product (bbp). Het wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen de conjunctuurbewegingen op korte termijn en structurele veranderingen in de trendgroei. Als de werkelijke groei van het bbp onder de potentiële groei ligt, zou er sprake zijn van een output gap. Dit concept kan door centrale banken worden gebruikt om de juiste koers van het monetaire beleid te beoordelen en door overheden om het begrotingsbeleid vanuit een meer structureel perspectief te beoordelen. Het meten van de potentiële groei heeft dus belangrijke beleidsgevolgen.

Potentiële groei kan echter niet direct worden waargenomen of gemeten, maar moet worden geschat. Daarvoor zijn er veel manieren. Statistische methoden kijken naar de historische reële bbp-reeksen en splitsen deze op in trend- en cyclische componenten (waarbij de trend de potentiële productie vertegenwoordigt). De productiefunctiebenadering daarentegen berust op de economische theorie om een verband te bepalen tussen productiefactoren (kapitaal, arbeid, technologie, enz.) en potentiële productie. Deze relatie staat bekend als de productiefunctie. Een veel gebruikt voorbeeld van een dergelijke productiefunctie is de Cobb-Douglas functie: 

Y = ALα K(1-α)

waarbij Y = output, L = arbeidsinput (gewerkte uren), K = kapitaalinput, α = de elasticiteit van de output van arbeid, en A = totale factorproductiviteit (dit is de verandering in de output die niet kan worden verklaard door veranderingen in de input L en K; vaak wordt ze geassocieerd met technologische veranderingen).

Voor potentiële groei bestaan dus verschillende schattingsmethoden en er kunnen verschillende veronderstellingen over de aard van het verband tussen de verschillende productiefactoren worden gemaakt. Maar er zijn ook verschillen in het bepalen en meten van wat precies de kapitaalvoorraad is. Behoort daartoe enkel fysiek kapitaal, zoals machines, apparatuur en fabrieken, of omvat hij ook land? Los van deze vraag, wordt alles wat niet tot de arbeids- en kapitaalinputs wordt gerekend als totale factorproductiviteit beschouwd.

Biodiversiteit: een ondergewaardeerde productiefactor

Natuurbeschermers waarschuwen al lang dat het behoud van de natuur en de biodiversiteit van de aarde belangrijk is. Voor wie zich weinig met de natuur verbonden voelt, gaan dergelijke waarschuwingen het ene oor in en het andere uit. Het IPBES wijst er echter op dat de mens afhankelijk is van de natuurlijke omgeving voor “levensmiddelen, diervoeders, energie, geneesmiddelen en genetische hulpbronnen, en tal van materialen”. We zijn ook afhankelijk van milieuprocessen voor zoet water, voor schone lucht, voor een rijke bodem, voor de bestuiving van meer dan 75% van de voedselgewassen in de wereld, voor ongediertebestrijding en voor de opvang van 60% van de door de mens geproduceerde koolstofuitstoot. Al deze ‘natuurlijke activa’ hebben tastbare economische voordelen voor de productiviteit en productie. Dat kan zelfs in geld uitgedrukt worden. Het IPBES stelt bijvoorbeeld dat de aantasting van de bodem de productiviteit op 23 procent van het aardoppervlak heeft verminderd. Wereldwijd loopt jaarlijks een oogst aan landbouwgewassen ten belope van 235 tot 577 miljard dollar gevaar als gevolg van het verlies van bestuivers. Dat is 9 tot 22% van de totale productie van landbouwgewassen in 2016. De gezondheid van de biosfeer van de aarde draagt dus duidelijk bij tot de potentiële groei, ook al wordt die niet expliciet gemeten of als input geïdentificeerd.

Andere bekende effecten van klimaatverandering kunnen ook een negatief effect hebben op de potentiële of de feitelijke productie. Ten eerste kunnen steeds frequentere extreme weersomstandigheden de groei van landbouwgewassen beïnvloeden. Ze kunnen werknemers beletten om aan het werk te gaan of toeleveringsketens verstoren. De consumptie kan erdoor dalen, al kan zo’n terugval na een weersverbetering deels worden hersteld. Veel economen schreven de tijdelijke inkrimping van de Amerikaanse economie in het eerste kwartaal van 2014 bijvoorbeeld toe aan hevige sneeuwstormen. Ten tweede verhoogt de verslechtering van de lucht- en waterkwaliteit de gezondheidsrisico’s. Die kunnen de groei van de beroepsbevolking belemmeren. Ten derde ondermijnt de achteruitgang van de diversiteit van planten en dieren de veerkracht van de landbouwsystemen en verhoogt zij het risico van een plotse forse daling van de voedselproductie. Wereldwijd slaan economen en beleidsmakers de waarschuwing van het IPBES dan ook best niet in de wind. Als er geen maatregelen worden genomen om tegen te houden wat het IPBES in het vooruitzicht stelt, zal de potentiële groei eronder lijden (naast nog tal van andere zaken).

Behoefte aan investeringen

De realiteit van de klimaatverandering vereist dat economen hun denken aanpassen, onder meer over het meten en inschatten van de potentiële groei. Wanneer economen bijvoorbeeld de grootte van de toekomstige kapitaalvoorraad schatten, nemen zij ook het begrip ‘afschrijving’ in hun berekeningen op: 

Kt=(1-δt ) K(t-1)+It

waarbij δt = het afschrijvingspercentage en It = nieuwe investering voorstellen. Voor fysiek kapitaal brengen afschrijvingen de normale slijtage van fabrieken en machines in rekening, of het feit dat software veroudert. Ook menselijk kapitaal (human capital) wordt afgeschreven, want vaardigheden van mensen verouderen, in het bijzonder bij grote, langdurige werkloosheid waardoor mensen verstoken blijven van opleiding. Naar analogie is het zinvol om ook te praten over de waardevermindering van de natuurlijke omgeving. Mensen maken gebruik van de ‘natuurlijke activa’ (zie hoger). Dat weegt op de productiecapaciteit van het milieu. Om dat te beschermen en te herstellen zijn er dus investeringen nodig, net zoals er investeringen in nieuwe machines, nieuwe software of onderwijs nodig zijn.

Volgens een schatting van de Verenigde Naties in 2011 zouden groene investeringen ter waarde van 2% van het mondiale bbp mogelijk maken dat economische groei in de periode 2011-2050 “ten minste even hoog zou kunnen zijn als in een optimistisch business-as-usual scenario, terwijl de negatieve effecten van de klimaatverandering, waterschaarste en het verlies van ecosysteemdiensten tot een minimum worden beperkt”. Voor wie in rekening brengt dat de negatieve effecten van de klimaatverandering de economische groeiverwachting van een “business-as-usual”-scenario allicht onhaalbaar maakt, is het duidelijk dat de beleidsmakers nu actie moeten ondernemen om de klimaatverandering te beperken. 

 

Disclaimer:

Alle meningen in deze publicatie vertegenwoordigen de persoonlijke mening van de auteur(s) op de daarin vermelde datum en zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving.KBC Groep NV geeft geen garanties voor de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch voor de mate waarin zij zich ook effectief zullen realiseren. Alle prognoses zijn indicatief.
De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief . De informatie kan niet beschouwd worden als een aanbod tot verkoop of aankoop van financiële instrumenten. Ze kan evenmin beschouwd worden als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling of “onderzoek op beleggingsgebied “ in de zin van de wet - en regelgeving over de markten voor financiële instrumenten.
Behoudens de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Groep NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van de informatie, publicatie en gegevens verboden en dit ongeacht de vorm of de middelen.
KBC Groep NV kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of volleadigheid van de informatie of voor de directe of indirecte schade die zou voortvloeien uit het gebruik van dit document.

Gerelateerde publicaties

Belgische autobezit nadert verzadigingspunt

EO20190117 belgisch autobezit nadert verzadigingspunt

Beleggen in duurzame overheidsobligaties - Duurzaamheid van ontwikkelde landen: update 2018

ERR 201901 Beleggen in duurzame overheidsobligaties DM

Beleggen in duurzame overheidsobligaties - Duurzaamheid van opkomende landen: update 2018

ERR 201901 Beleggen in duurzame overheidsobligaties EM

Duurzaamheidsanalyse van landen: een cruciale maatstaf voor beleggers

EO20190115 Duurzaamheidsanalyse van landen: een cruciale maatstaf voor beleggers
KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies?Klik hier.